INTERVIEW

Manager warmtelevering Robert Crabbendam had niet gedacht dat zijn droom werkelijkheid zou kunnen worden. Dat elke gemeente in Nederland een plan gaat opstellen voor elke wijk en elk dorp. Wanneer gaat wie van het gas af? En: hoe houden de inwoners zich daarna warm? HVC bouwde de afgelopen jaren al een schat aan ervaring op, door het aanleggen van robuuste warmtenetten in Dordrecht en Alkmaar.

Warmteplan per postcodegebied

“Dat is mijn droom”, zegt Crabbendam (1965). “Dat er voor elk postcodegebied in Nederland een warmteplan is opgesteld. Dat gemeenten een planning hebben en tegen de inwoners kunnen zeggen: ‘In 2040 ben jij aan de beurt’. Dan weet iedereen waar hij aan toe is. Dan kun je naar dat doel gaan toewerken en een transitieplan gaan maken. Dat geeft ons structuur van werken en de kans om sneller voortgang te maken. Het biedt bovendien alle betrokkenen veel rust.”

De vaart zit er goed in, nu minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een bedrag van 90 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld aan gemeenten die een plan indienen om woonwijken van het gas te halen. Twintig ingediende plannen zullen als ‘grootschalige proeftuin’ gaan dienen. “Na de pilots kun je versnellen”, vindt Crabbendam.

Niet dat er bij HVC een gebrek aan informatie is over de manier waarop bestaande woningen op een warmtenet moeten worde aangesloten. “Wij beschikken over een schat aan ervaring. We zijn buitengewoon goed geëquipeerd. Door pilots te draaien hopen we nog wel duidelijker in kaart te brengen welke wetten en regels nog aangepast moeten worden, willen we volle snelheid bereiken.”

Crabbendam kijkt terug op een mooi jaar...

..waarin zijn bedrijf erkenning kreeg als koploper op duurzaamheidsgebied. In 2017 kozen branchegenoten het door HVC opgezette warmtenet voor Alkmaar als het meest duurzame van Nederland. Opnieuw werden woningen en bedrijven op de warmtenetten in Alkmaar en Dordrecht aangesloten, waaronder ook het zwembad Hoornse Vaart. In Dordrecht groeit het warmtenet uit tot een ring die door de hele stad loopt. Met 30 kilometer aan leiding zijn nu al ruim 6.000 aansluitingen gerealiseerd. Daar komen de komende jaren nog tienduizenden aansluitingen bij.

“Minstens”, stelt Crabbendam, want cijfers in jaarverslagen zijn momentopnames, ook die over beperking van CO₂-uitstoot. Aansluitingen van grote gebouwen en wijken kennen een aanloopperiode van jaren. De aansluiting in 2018 van Zorgcirkel, een verzorgingstehuis in Alkmaar, volgt op gesprekken die vele jaren geleden al begonnen. “Maar het moet nog veel en veel sneller. Er zijn in Nederland zeven miljoen bestaande woningen die in 2050 van het gas af moeten.”

In beeld: onderteking manifest 'van gas los' door woningcorporaties: Kennemer Wonen, Van Alckmaer voor Wonen, Woonstichting Langedijk en Woonwaard en HVC.

Vanuit Nuon leerde Crabbendam HVC kennen, toen de twee ondernemingen een joint venture aangingen onder de naam MeerWarmte. “De afvalverbranding in Alkmaar wilde de restwarmte gaan benutten. Er zou even verderop een nieuw bedrijfsterrein aangelegd gaan worden, de uitbreiding van Boekelermeer. Zo zat ik sinds 2004 een dag in de week bij HVC.”


De groei van het bedrijventerrein verliep trager dan verwacht. HVC besloot voor een plaatselijke en regionale aanpak, in samenspraak met de gemeenten die aandeelhouder zijn. Deze maatschappelijke instelling was reden voor Crabbendam om over te stappen naar HVC: “HVC is voor mij een publiek bedrijf. Wij zijn een nutsbedrijf. Het is net als het waterleidingbedrijf, alleen leveren wij warm water.”

In 2008 begonnen met vijf mensen, werken er inmiddels ruim 50 mensen aan het warmte-activiteiten van HVC, verspreid over Alkmaar en Dordrecht. Naast de verdere ontwikkeling van de bestaande warmtenetten, onderzoeken ze de mogelijkheid om nieuwe netten aan te leggen in Zaandam, Den Helder, IJmond en de Drechtsteden, onder andere. Crabbendam: “In 2011 zeiden we: waarom zouden we wachten op nieuwbouw? Waarom moeten we ons alleen richten op bedrijven? Laten we de stad in gaan, de bestaande bouw van warmte gaan voorzien. De aanleg is wel lastiger, maar de woningen en bedrijven staan er al. Dat is het voordeel: we hoeven niet te wachten.”


De plattegrond komt op tafel. Naast stukken in Alkmaar ligt er nu ook in Dordrecht grotendeels een ringleiding gereed, waar van alle kanten wijken op kunnen worden aangesloten. “De leiding is robuust, er kunnen nog veel meer wijken aan worden gekoppeld. Zo’n ring gaan we in Alkmaar ook maken. We groeien nu hard de bestaande stad in. Daarnaast is er ook groei in warmtebronnen. In 2017 hebben we de houtgestookte bio-energiecentrale aangesloten op het warmtenet in Alkmaar.

"Deze nieuwe duurzame bronnen geven HVC de mogelijkheid om ook warmtenetten te ontwikkelen in andere plaatsen dan Alkmaar en Dordrecht."

This video has been disabled until you accept marketing cookies. Manage your preferences here or directly accept targeting cookies.

Hoe werkt energie uit oppervlaktewater?

En als de circulaire economie slaagt en we steeds minder afval verbranden, is er straks aardwarmte om het warmtenet te voeden. Zowel in de regio Alkmaar als in Dordrecht is de potentie van geothermie groot. Verder zien we ook veel kansen om energie uit oppervlaktewater te halen. Deze nieuwe duurzame bronnen geven HVC de mogelijkheid om ook warmtenetten te ontwikkelen in andere plaatsen dan Alkmaar en Dordrecht.”


Crabbendam hoopt dat hij de vervulling van zijn droom nog gaat meemaken. Hij kan geen betere organisatie bedenken om de overgang van gas naar duurzame warmtenetten te realiseren. "Wij hebben geen winstoogmerk, maar willen met alle betrokken partijen zoveel mogelijk duurzame projecten ontwikkelen om maximale impact te maken. We proberen te helpen. Je kunt hier vanuit je hart werken. Ik voel me bevoordeeld om dat te mogen doen.”


Het zoeken naar verbinding uit zich ook in de benaming van de projecten. Crabbendam: “Ik hield er niet van om over de HVC Warmtenetten te praten. Dat doen we dan ook niet. We hebben het in Dordrecht daarom over het Warmtenet Dordrecht. Het is niet van ons, maar van alle betrokken partijen in de stad: de klanten, de woningbouwcorporaties en de gemeente. We hebben een gemeenschappelijk doel.”